Leren behangen: behangtechnieken (2/2)

Leren behangen: behangtechnieken (2/2)

Leren behangen: behangtechnieken (2/2)

Leren behangen (2/2)

Leren behangen is niet eenvoudig, vooral niet wanneer je voor de eerste keer wil behangen: Vroeg of laat moet u een keer de hoek om; het is belangrijk dat dit op de juiste manier gebeurt.

BEHANGEN VAN HOEKEN
Vroeg of laat moet u een keer de hoek om; het is belangrijk dat dit op de juiste manier gebeurt. Laat een baan nooit meer dan ongeveer 5 cm doorlopen op de volgende muur, anders gaat het papier gegarandeerd trekken. Wanneer u de laatste hele baan op zijn plaats hebt geplakt, meet u de afstand tot de hoek. Tel daar ca. 2,5 cm bij op en knip de volgende baan op die breedte af. Bewaar de afgeknipte strook; die plakt u straks om de hoek.
Plak de laatste baan vast; let er op dat het dessin doorloopt. Strijk de flap stevig vast in de hoek. Als het papier gaat rimpelen wanneer u het in de hoek drukt, geef dan een paar knipjes dwars op de rand zodat u het kunt gladstrijken. Diezelfde methode wordt gebruikt voor uitstekende hoeken, bijvoorbeeld van een schoorsteenmantel.
Nu moet u een tweede loodlijn maken, om te zorgen dat ook de banen op de tweede muur loodrecht komen te hangen. Meet eerst hoe breed de overgebleven strook behang is en trek de loodlijn op een afstand van 6 mm binnen die breedte vanuit de hoek. Plak de strook tegen de loodlijn, en met de andere kant net iets over de rand die om de hoek heen loopt. Plak bij vinyl- en afwasbaar behang de overlap vast met wat nadenlijm.
Als u goed om de hoek heen gekomen bent, kunt u de rest van de muur op de normale wijze verder behangen.

RAAMNISSEN
Wanneer u bij een raamnis komt, plakt u de baan waar u mee bezig bent gewoon vast. Knip de baan langs de boven- en onderkant van de nis horizontaal in, zodat u het middenstuk op de zijwand van de nis kunt plakken. Knip de verticale achterrand van deze flap bij als die over het raam heen steekt.
Knip een klein stukje behang voor de bovenkant van de nis en laat dit ongeveer 2,5 cm doorlopen over de muur erboven. Strijk het reeds opgeplakte behang er glad overheen. Gebruik indien nodig een beetje nadenlijm.
Bij eenvoudig bedrukt behang of behang dat nog geschilderd moet worden bestaat er voor dit soort obstakels een handig trucje. In plaats van de overlap te knippen scheurt u het overlappende stuk voorzichtig af. De afgescheurde rand ligt volkomen plat, zodat de naad vrijwel onzichtbaar wordt. Zorg er bij gedessineerd of gegaufreerd behang voor dat het motief doorloopt.
Plak onder en boven het raam korte stukken, maar laat het dessin wel doorlopen. Aan de andere kant van de nis kunt u dan weer een hele baan plakken. Knip ook deze bij, en vul de open plek aan de bovenkant van de nis op met een overgebleven stuk behang. Plak indien nodig nog een smalle strook langs de zijkanten van de nis.
Pas dezelfde methode toe bij deurnissen. Als er een lijst om de opening zit, plak de baan dan gewoon over de deuropening heen, knip het papier schuin in naar de bovenhoek van de deurpost, duw het met de botte kant van de schaar op zijn plaats en knip het langs de aldus verkregen vouwlijn af.

SCHAKELAARS EN STOPCONTACTEN
Voor een nette afwerking bij schakelaars en stopcontacten schakelt u eerst de stroom uit. Verwijder het afdekplaatje. Laat het behang er overheen hangen, maak in het midden een gat en knip het schuin naar de hoeken toe in. Knip de punten weg, maar laat een stukje van ongeveer 6 mm zitten. Dat randje werkt u netjes weg achter de afdekplaat. Draai de schroeven aan en schakel de stroom weer in. Er is ťťn situatie waarin u dit niet mag doen, namelijk bij het plakken van metaalfolie-behang. Dit kan de elektriciteit geleiden.

ANDERE OBSTAKELS
Bij ingebouwde obstakels als kastjes en een haardombouw knipt u het behang zo bij, dat het precies in de hoek tussen het inbouwelement en de wand valt. Duw het eerst op zijn plaats met de botte kant van een schaar, zodat u weet waar u moet knippen. Bij grillige vormen zoals een bewerkte schoorsteenmantel kunt u het beste knipjes geven langs de rand van het behang, en elk flapje afzonderlijk bijknippen. Op deze manier vermijdt u onnodige vouwen en kreukels.

DE AFWERKING
Als u met een behangnaadroller over de naden rolt, liggen ze mooi plat. Randen die toch omkrullen trekt u voorzichtig een beetje los; breng nog wat lijm aan en druk de rand dan weer vast. Het geeft niet als er bobbeltjes ontstaan wanneer de lijm begint te drogen. Die trekken op den duur vanzelf weer weg. Maar grotere blazen duiden er meestal op dat u een plekje hebt overgeslagen bij het uitsmeren van de lijm. Maak met een scheermesje of scherp hobbymes twee sneden in het papier, loodrecht op elkaar. Vouw de flappen terug, smeer ze in met lijm en druk ze weer op hun plaats. De sneden zijn bijna niet te zien, vooral niet wanneer ze in gedessineerd behang.