Leren behangen: behangtechnieken (1/2)

Leren behangen: behangtechnieken (1/2)

Leren behangen: behangtechnieken (1/2)

Leren behangen (1/2)

Behangen is een van de meest bevredigende klusjes in huis, want u ziet meteen resultaat. Zodra de voorbereiding achter de rug is, werkt u de wanden in een mum van tijd af. Het enige lastige is, dat u soms om obstakels als ramen, deuren, schakelaars, radiatoren en dergelijke heen moet werken. Het is belangrijk te weten hoe je dat het best aan kunt pakken. Maar eerst moet u de basistechnieken van het behangen onder de knie krijgen.

DE REGELS VAN HET BEHANGEN
Eťn regel is essentieel, en dat is dat elke baan zuiver verticaal moet hangen. Als u zich daar niet aan houdt, krijgt u bij de hoeken heel vreemde resultaten; dessins sluiten niet aan en horizontaal lopende motieven lijken naar boven te klimmen wanneer u ze langs het plafond of de plint bekijkt. Dit alles kunt u voorkomen door eerst met een schietlood een verticale lijn af te zetten op de muur, op een afstand van ongeveer 2,5 cm minder dan de baanbreedte vanaf de hoek. Op die manier loopt er een smalle strook papier door over de volgende muur, en hebt u in de hoek geen naden die kunnen gaan wijken.
Telkens wanneer u met het behang de hoek om gaat moet u een nieuwe loodlijn maken, omdat er maar weinig hoeken zijn die precies recht zijn. Als u gewoon maar doorwerkt zonder te controleren of de banen loodrecht hangen, gaat het al gauw scheef. Met een nieuwe loodlijn bent u er zeker van dat de eerste baan op de volgende muur het strookje van de vorige baan iets overlapt, zodat eventuele onregelmatigheden niet opvallen. Bij een hoek die wel zuiver recht loopt kunt u de volgende baan natuurlijk gewoon stotend tegen de vorige hangen in plaats van overlappend, maar controleer dat wel.
Als u nog nooit behangen hebt, is het aan te raden te beginnen met vinyl. Vinyl is sterk, scheurt niet en rekt ook vrijwel niet. Daarom is het dan makkelijker dessins precies te laten aansluiten.

PATRONEN LATEN AANSLUITEN
Bij het knippen van gedessineerd behang moet u rekening houden met het patroon. Meet eerst de hoogte van het patroon, dat wil zeggen om de hoeveel centimeter het patroon herhaald wordt.
Bij grote dessins bent u vaak gedwongen een heel stuk weg te snijden, teneinde de motieven in twee opeenvolgende banen te laten aansluiten. Kijk ook of het patroon
aan beide zijkanten van de baan hetzelfde is of dat het verspringt.

HET VOORBEREIDEN VAN DE EERSTE BAAN
Zet de plaktafel op en maak de lijm aan volgens de aanwijzingen op de verpakking. Meet de hoogte van de muur en knip de banen af met ongeveer io cm extra. Geef op de achterzijde aan wat boven is.
Leg de baan zo neer dat de bovenkant net over het rechter uiteinde van de plaktafel steekt (het linker uiteinde als u linkshandig bent); trek het papier naar u toe zodat de lange rand precies tegen de tafelrand valt.
Breng de lijm op met de lijmborstel; begin in het midden van de baan en strijk de lijm gelijkmatig uit. Controleer of u geen plekjes overgeslagen hebt. Strijk dan nog wat lijm naar de bovenkant toe en naar de rand die het dichtst bij u ligt. Schuif het papier vervolgens op zodat de andere lange rand gelijk ligt met de verste rand van de tafel, en smeer ook die rand in. Met deze methode wordt de hele baan bedekt, zonder dat er lijm op de tafel en dus op de voorkant van het behang komt. Bij vinyl geeft dat misschien niet, maar bij gewoon behang of een exotische wandbekleding als zijde of grasweefsel is het rampzalig.
Trek het midden van het deel dat u ingesmeerd hebt omhoog en vouw het behang in de lengte op als een harmonika, lijmkant op lijmkant. Laat langs de bovenkant een stuk van ca. 3o cm vrij; hier begint u straks te plakken. Schuif het gevouwen deel naar het uiteinde van de tafel, zodat u de rest van de baan kunt doen. Blijf zo smeren en opvouwen tot u de hele baan voorzien hebt van lijm. Laat de baan een paar minuten liggen om soepel te worden. Hoe lang het behang moet inweken verschilt van soort tot soort; meestal staat het op de verpakking van de rol.
Steek uw hand onder het gevouwen papier door en draag de baan naar de muur, het ongevouwen bovenstuk naar u toe. Klim de trap op, en kijk of er voldoende ruimte is tussen de trap en de muur zodat u het behang kunt laten vallen.

HET BEVESTIGEN VAN DE EERSTE BAAN
Boven op de trap aangekomen drukt u de bovenrand van de baan met uw vrije hand tegen de muur. Let er op dat de rand ongeveer evenwijdig loopt met de loodlijn. Laat de rest van de ingesmeerde baan voorzichtig vallen. Schuif het behang naar boven, tot er ongeveer 5 cm over het plafond heen loopt, en trek de baan nu zorgvuldig gelijk met de loodlijn.
Strijk het bovenste deel van de baan stevig glad met de behangersborstel. Werk vanuit het midden naar de randen toe, zodat eventuele luchtbelletjes ontsnappen. Haal de vouwen uit elkaar en strijk de rest van de baan aan tot aan de plint. Nu moet u de boven- en onderkant van de baan bijknippen met de behangschaar. Maak eerst een vouw in het papier door het met de stompe kant van de schaar in de hoek met het plafond te drukken. Haal dan voorzichtig de bovenkant van de muur af, knip de baan af langs de vouwlijn en strijk de flap weer op zijn plaats. Doe hetzelfde bij de onderkant.

HET BEVESTIGEN VAN DE TWEEDE BAAN
Let er bij het knippen van de tweede baan op dat eventuele motieven aansluiten. Smeer de baan in, maar houd u vooral bij voorgelijmd behang aan de opgegeven inweektijd. Breng de bovenrand op zijn plaats, net als daarnet. Schuif de baan door tot op het plafond en tegen de eerste baan aan. Schuif net zo lang tot het dessin mooi doorloopt, en strijk de baan dan op zijn plaats vast. Bij papier dat ongelijkmatig uitrekt kan het lastig zijn het patroon langs de hele baan te laten aansluiten. Vooral bij de goedkopere, dunne behangsoorten is dat vaak zo. Zorg er in ieder geval voor dat het dessin op ooghoogte doorloopt, dan valt het probleem het minst op. Knip tot slot de boven- en onderkant bij, net als bij de eerste baan. Ga zo door tot u bij de volgende hoek aankomt.



Bekijk het vervolg van "leren behangen"l