Aansluiten op de gasleiding

Aansluiten op de gasleiding

Aansluiten op de gasleiding

Aansluiten op gasleiding

De gasinstallatie bestaat uit een binnenleiding, de hierop aangesloten verbruikstoestellen en afvoer-leiding(en) voor de verbrandingsgassen. Deze installatie moet aan diverse voorschriften voldoen. Voor de aardgasinstallatie, de toestellen, de leidingen en de kranen gelden de voorschriften van het VEG-Gasinstituut met de GIVEG-keur en de Gaskeur. De laatste keur wordt afgegeven voor producten die eenmalig vervaardigd worden (dus niet in serie) en voor nieuwe producten die nog niet in grote hoeveelheden worden toegepast.

De binnenleiding
Deze leiding verbindt de gastoestellen met de gasmeter. De installateur maakt een schema waarop het leidingbeloop is aangegeven. Wanneer dit aan de voorschriften voldoet, kan de installatie worden uitgevoerd.
Leidingen bestaan uit stalen draadpijpen, naadloze of gelaste stalen pijpen en stalen precisiepijpen. Ook koperen buizen worden vaak gebruikt. De bevestiging van in het zicht blijvende leidingen moet spanningsvrij gebeuren met daarvoor geschikte beugels. Weggewerkte leidingen moeten vooral voor wat de onderlinge verbindingen betreft voldoen aan hoge eisen. Doorvoeren, bijvoorbeeld door muren, vindt altijd plaats met behulp van stalen mantelbuizen. Gezien de gevaarlijke situaties die kunnen ontstaan als er fouten bij de aanleg van een gasinstallatie worden gemaakt, is het af te raden om deze werkzaamheden zelf uit te voeren.

De warmwatervoorziening
In elk gezin is het verbruik van warm water verschillend. De hoeveelheid is niet alleen afhankelijk van de gezinsgrootte, maar ook van de gebruiksgewoonte. Bij het bepalen van deze hoeveelheden is onder meer van het volgende uitgegaan: voor koken en onderhoud van het huis is per dag 20 40 liter van 60°C nodig; voor een bad kan per keer gerekend worden op een verbruik van 60 à 90 liter van 65°C; voor een douche geldt 12 à 25 liter van 65°C per keer; voor een ruime douche ongeveer de dubbele hoeveelheid. In het gebruik zijn er
's ochtends en 's avonds pieken, terwijl in de daartussen liggende periode weinig of geen warm water wordt getapt.

De brandstof
Wat betreft de brandstof is er keuze uit verschillende mogelijkheden. Gas en elektriciteit zijn de meest voor de hand liggende. Maar er zijn ook natuurlijke brandstoffen, zoals zonne- en windenergie, aard‑
warmte en biomassa. Kies je voor gas, dan is een rookgasafvoer noodzakelijk (zie ook Bouwkundige voorzieningen). De kosten wegen bij de keuze ook mee. Aardgas is goedkoper dan
elektriciteit, maar voor het aanbrengen van een rookkanaal door het dak moet je wel weer diep in de buidel tasten. Het slimste, én goedkoopste, is het op zolder aanbrengen van een apparaat met rookkanaal, vanwege de korte afstand tot de nok. Daardoor is er wel een lange warmwaterleiding naar de keuken nodig en dat geeft weer warmteverlies. Het is dus zoeken naar een compromis.

Zuinig met energie
Bij de aanschaf van een warmwatertoestel speelt vooral de energiezuinigheid een rol. Het toestel moet voorzien zijn van het gaskeurmerk. Ook de tappunten kennen een energiezuinige uitvoering. Thermostatische mengkranen en waterbesparende douches zijn hiervan goede voorbeelden.

De installatie
Dit is geen klus voor de doe-het-zelver. Alleen de erkende installateur is bevoegd om de toestellen aan te sluiten. De gasinstallatie moet namelijk voorzien zijn van een GIVEG- of CE-keur. Behalve gastoestellen met afvoer via het dak, zijn er ook toestellen met gevelafvoer.

De gasgeiser
De gasgeiser is een zogenaamd doorstroomtoestel. Boven de brander bevindt zich de warmtewisselaar, waaromheen een spiraalvormige buis is aangebracht. Deze is aangesloten op de koud- en warmwaterleidingen. Bij het openen van de warmwaterkraan wordt de brander ontstoken. Deze verhit het doorstromende water. De capaciteit (grootte) van de brander bepaalt de hoeveelheid warm water - de tapsnelheid - die per minuut kan worden getapt.

De keukengeiser
Dit is de meest bekende gasgeiser. De gemiddelde geiser geeft ruim 2 liter warm water van 60°C per minuut. Zoiets is voor de keuken voldoende, maar te weinig voor douche en bad.

De badgeiser
De gewone badgeiser geeft per minuut ongeveer 4 liter warm water van 60°C. Voldoende voor een douche en royaal voor de keuken, maar onvoldoende voor het snel laten vollopen van het bad. Hiervoor is een grotere badgeiser met een capaciteit van ongeveer 6 liter warm water van 60°C per minuut aan te bevelen.

De gasboiler
Dit voorraadtoestel bestaat uit een geïsoleerd reservoir waaronder een gasbrander aanwezig is. De inhoud varieert van circa 80 tot 150 liter. In het vat wordt koud water verwarmd door een gasbrander. De temperatuur van het water wordt door middel van een thermostaat op peil gehouden. De nieuwste typen hebben weinig stilstandsverliezen.

De elektrische geiser
Het doorstromende water wordt verwarmd door een elektrisch element, dat bij het openen van de warmwaterkraan zichzelf inschakelt. Om een acceptabele straal warm water te leveren, eist het toestel een groot aansluitvermogen van de elektrische leiding. Omdat niet van goedkope nachtstroom gebruik kan worden gemaakt, zijn de verbruikskosten hoog.

De elektrische boiler
Het water in het geïsoleerde reservoir wordt verwarmd door middel van een elektrisch element. De inhoud kan variëren van 30-400 liter. Meestal is het toestel uitgevoerd met een extra inschakelbaar element, zodat overdag in korte tijd water opgewarmd kan worden als dat nodig is. Als je een nachttariefmeter hebt, kun je 's nachts profiteren van goedkope opwarming.

De elektrische dagstroomboiler
De kleine dagstroomboiler heeft een relatief hoog vermogen, zodat de inhoud vrij snel op temperatuur is. Dit type kan onder of boven de gootsteen of de wastafel gemonteerd worden. Het is in staat zo'n 10-15 liter water op te warmen. Bij de nieuwe uitvoering wordt de inhoud gevuld door de cv-ketel. Dit reeds voorverwarmde water wordt door een elektrisch element op temperatuur gebracht.

De combigasketel
Verwarming en de warmwatervoorziening kunnen gecombineerd worden in één ketel: de (HR)-combigasketel. Je kunt kiezen voor een doorstroom-apparaat, een voorraadboiler of een combinatie van beide systemen. De installatie zit zo geraffineerd in elkaar dat de cv-ketel in de zomer alleen zijn warmwatervoorziening inschakelt en de verwarming achterwege laat. Bovendien is een voorkeursregeling ingebouwd die voorrang geeft aan het tappen van warm water.