Elektrische bedrading en schakelingen

Elektrische bedrading en schakelingen

Elektrische bedrading en schakelingen

Elektrische bedrading

Elektriciteitsleidingen transporteren onze elektrische stroom. De leiding bestaat altijd uit minstens 1 ader, die uit een geleidend materiaal bestaat, met daarom een isolatiewand. Iedere ader is afzonderlijk geÔsoleerd van een ander.

Elektrische bedrading
Bij de aanleg van elektrische bedrading wordt gebruik gemaakt van installatiedraden, kabels en snoeren. Installatiedraden bestaan uit een massief koperen kern met een doorsnede-oppervlak van 1,5 tot 4 mm. Daaromheen bevindt zich een isolatielaag van vinyl (VD-draad). Dit vrij stugge materiaal is te koop in lengtes tot 100 m in vastgelegde kleuren.
De draden moeten altijd in buizen worden aangebracht. Hiervoor wordt een, al dan niet flexibele, buis van pvc gebruikt. Deze is in de muur aangebracht in vooraf gefreesde sleuven. Ook het op de wand monteren van een platte buis behoort tot de mogelijkheden. Ten slotte bestaan er ook nog kunststof plintgoten, waar je wandcontactdozen op kunt monteren, en tevens andere bedrading, zoals die van luidspreker- en telefoon, in weg kan werken.
Elektriciteitskabels zijn voorzien van een kleurcode, waaraan strikt gehouden moet worden. Hierbij is de toevoerdraad (de fase) bruin; afvoerdraad (nul) blauw, schakeldraad zwart en de aardedraad geelgroen.

Schakelingen
Schakelaars zijn meestal verbonden met vaste lichtpunten. Er is sprake van een opbouw (op de wand) en een inbouw (in de wand). De meest toegepaste schema's zijn de enkelpolige schakelaar, de tweepolige schakelaar, de wisselschakelaar en de serieschakelaar.

De enkelpolige schakelaar
Deze wordt gebruikt om één lichtpunt te bedienen. Er zijn twee contactpunten die al dan niet met elkaar worden verbonden: aan en uit. De fasedraad is aangesloten op een contactpunt in de schakelaar. De nuldraad gaat ononderbroken naar de lamp, terwijl de verbinding tussen het andere contactpunt en de lamp tot stand komt door de schakeldraad.


De tweepolige schakelaar
Deze wordt vooral toegepast in vochtige ruimten, zoals de keuken. Hierbij is niet alleen de fasedraad onderbroken maar ook de nuldraad.


De wissel- of hotelschakelaar
Deze is bedoeld om een lamp op twee plaatsen aan en uit te doen. Bijvoorbeeld onder- en bovenaan de trap. De schakelaars beschikken over drie contactpunten. De fasedraad is met één schakelaar verbonden, de nuldraad gaat door naar de lamp. Vervolgens zijn beide schakelaars identiek gekoppeld aan de schakeldraad.

De serieschakelaar
Deze schakelaar bevat twee knoppen, zodat twee lampen onafhankelijk van elkaar aan- en uitgeschakeld kunnen worden. Het schema geeft duidelijk aan hoe de onderlinge schakeling tot stand is gekomen.