Stroom van elektriciteit

Stroom van elektriciteit

Stroom van elektriciteit

Stroom van elektriciteit

Stroom wordt traditioneel uitgedrukt als de verplaatsing van positieve lading. Eigenlijk is het een gevolg van elektronen die zich in tegengestelde richting verplaatsen. De stroom wordt aangegeven met de letter "i" (van intensiteit) en drukt de elektrische lading uit per tijdseenheid. Veelvoorkomende begrippen zijn niet altijd even duidelijk en hebben een toelichting nodig. Stroom heet niet voor niets zo: elektriciteit stroomt net als water. Dit wordt aangeduid met de eenheid volt (spanning), bij ons 220 v. De hoeveelheid stroom die door de bedrading kan stromen, is afhankelijk van de doorsnede van de draad. Hoe groter de hoeveelheid stroom (ampère) die doorgelaten wordt, en hoe hoger de spanning hiervan, des te groter is het vermogen. Dit wordt uitgedrukt in d eenheid watt.
Met een eenvoudig rekensommetje is vast te stellen welk vermogen er op een groep kan worden aangesloten zonder dat de stop doorslaat. In Nederlandse woningen bedraagt de spanning 220 volt. Bij een groep van 6 ampère is het vermogen dat op deze groep kan worden aangesloten: 220 v x 6 a = 1.320 watt. In het algemeen geldt: spanning (volt) x stroomsterkte (ampère) = vermogen (watt). Een stop van 10 ampère heeft aan vermogen 220 v x 10 a = 2200 w: de zekering begrenst die stroom.
Als er een grote hoeveelheid stroom van een leiding gevraagd wordt, kan dit verhitting geven. Vandaar de smeltveiligheid (de stop); deze springt wanneer meer dan de maximale hoeveelheid de zekering passeert.
Groepen die weinig vermogen vragen, hebben genoeg aan een stop van 6 ampère. Het installatiedraad in onze woningen is afgestemd op 16 a. Een aardlekschakelaar is een apparaat dat in een onderdeel van een seconde reageert op een calamiteit en de stroom uitschakelt, als er stroom via de aardleiding terugvloeit.