Verschillende daken: een overzicht

Verschillende daken: een overzicht

Verschillende daken: een overzicht

Verschillende daken

Overzicht van alle soorten dakbedekkingen en constructies

Verschillende dakvormen
Naast het traditionele platte dak en het zeer flauw-hellende dak, dat met dezelfde materialen is afgewerkt, kennen we een aantal andere dakvormen: het lessenaarsdak bestaat uit één enkel dakvlak en heeft het aanzien van een lessenaar. Dit geldt tevens voor het zadeldak met de vorm van een zadel, dat bestaat uit twee schuine dakvlakken die elkaar bij de nok ontmoeten. Een schildendak of schilddak heeft vier schilden, dus boven elke gevel een dakvlak. In de lengterichting is nog wel een nokgedeelte aanwezig. Bij een vrijwel vierkante bouw met vier schilden ontbreekt de nok en spreken we van een tentdak. Het dak met wolfseinden heeft twee volledige schilden en (één of) twee halve schilden: het zogenaamde boerderijtype. Het gebroken dak heet ook wel mansardedak. Tegenwoordig wijkt de architectuur soms af van de vroegere normen, met als gevolg dat je af en toe dakvormen tegenkomt, die nergens omschreven staan.

De dakconstructie
De functie van het dak is – naast een essentieel onderdeel van de architectonische vormgeving –het beschermen van de bovenkant van een gebouw. Het meest vatbaar voor storm, hagel, sneeuw en regen is de (hoge) kap, die daarom stevig van constructie moet zijn en voorzien moet zijn van de nodige verankering. Om die reden mogen aan de kap nooit ondeskundig wijzigingen worden aangebracht.

Gordingenkap
Het hellende dak bestaat uit gordingen, muurplaat en een nokbalk. Hierover is het dakbeschot gespijkerd en – naar gelang de dakbedekking – eventue de panlatten. De gordingen mogen slechts een
bepaalde vrije overspanning hebben, afhankelijk van de houtzwaarte. Bij grotere overspanningen dient deze kapconstructie te worden ondersteund Dit gebeurt door middel van een dragende binnen muur of een kapspant. De muurplaat dekt de spouwmuur af en is tevens de basis waarop de ondersteuning van de goot (klossen of beugels) is bevestigd.
De nokbalk is de bovenste gording van een zadeldak. Hierop is de nokpan gelegd. Voor andere daktypen geldt een aangepaste constructie. Een lessenaarsdak heeft geen nok en een schilddak heeft
aan vier zijden gordingen. De muurplaat is aan he gevelmetselwerk verankerd, de gordingen aan de topgevels, en eventueel ook aan de spanten. En aangezien alle onderdelen ook nog eens onderling verankerd zijn, ontstaat uiteindelijk een hechte :onstructie die alle storende elementen kan weerstaan. Bij een gordingenkap lopen de gordingen evenwijdig aan de muurplaat.

De sporenkap
Bij een sporenkap staan de sporen haaks op de muurplaat. Ze lopen dus van goot naar nok. Aangezien de houten sporen (aanmerkelijk) minder zwaar zijn dan de gordingen, staan ze veel dichter bij elkaar. Op de sporen worden horizontaal liggende planken als dakbeschot aangebracht. Dit is essentieel voor een leibedekking, omdat deze niet in twee verschillende planken mag worden bevestigd. Tegenwoordig zijn de planken vaak vervangen door dakplaten, zodat deze constructie om die reden niet noodzakelijk is.

Het platte dak
Een andere benaming voor het platte dak is dakvloer, en als zodanig is de constructie ook uitge‑
voerd. Houten balken lopen van buitenmuur naar buitenmuur, eventueel met ondersteuning van dragende binnenmuren. Er is rekening gehouden met beloopbaarheid en sneeuwbelasting. Deze overspanning bepaalt de zwaarte (dikte) van de balken. Over de balken is het dakbeschot aangebracht. Ook gewapend-betondaken komen voor. Hoewel we het wel zo noemen, is een plat dak nooit echt plat, want om regenwater af te voeren naar de goten dient er een afschot te zijn: ongeveer 1 cm per strekkende meter. Dit is bij een houten vloer te bewerkstelligen door de balklaag aan één zijde iets te verhogen.

Het grasdak
In steeds meer nieuwbouwwijken zie je gras op het dak verschijnen. Meestal gaat het dan om ecowoningen, die met hun groene daken de wijk een natuurlijk uiterlijk geven. Op de waterdichte dakbedekking is een vruchtbare laag aangebracht, waarin het gras zijn voeding vindt en een deel van het hemelwater direct opneemt. Behalve een zekere isolerende werking zorgt het gras ook voor extra zuurstof in de lucht. Een grasdak kan zowel hellend als plat zijn.

Het spant
Een spant is meestal samengesteld uit meerdere onderdelen en kent ook meerdere benamingen, zoals kapbeen, hanenbalk, makelaar, kreupele stijl en blokkeels.
Windverbanden
Hoewel de moderne kapconstructie storm en ontij kan weerstaan, zijn bepaalde zaken toch gevoelig voor harde windstoten. Om de vervorming, die ten gevolge van windbelasting kan ontstaan, op te
vangen worden windverbanden toegepast. Bijvoorbeeld kruiselings tegen de gordingen en haaks op het spant. Nadere berekeningen bepalen de gunstigste constructie en de houtzwaarte. Ook hier kan ondeskundig ingrijpen fataal zijn.

Het dakbeschot
Vroeger werden voor de afsluiting van het dak geschaafde en geploegde plankendelen over de gordingen gebruikt. Bij het krimpen van de planken schenen maan en sterren 's avonds door de kieren op het bed, en in de winter konden de lakens zelfs weleens bedekt zijn met een laagje poedersneeuw. Later zijn deze kieren (om de andere plank) afgedekt met een tengel, waarop de panlatten bevestigd werden. Het voordeel is dat regenwater en sneeuw onder de panlatten door naar de goot kunnen worden afgevoerd.
De huidige toepassing van isolerende dakplaten laat uiteraard geen kieren toe en zorgt voor een comfortabele zolderruimte. Deze platen bezitten voldoende warmteweerstand, zodat een extra isolatielaag onder de pannen of op zolder niet noodzakelijk is. Wil je meer isoleren, dan is deskundig advies nodig om condensproblemen te voorkomen. De dakplaten zijn doorgaans al voorzien van tengels en panlatten, zodat het waterdicht leggen van een dak op een vlotte manier kan gebeuren.

Dakdoorbrekingen
Als je een dak aan de buitenkant kritisch bekijkt, kun je tot de conclusie komen dat er nog al wat 'gaten' in zitten. Deze worden veroorzaakt door buizen als rook- en ventilatiekanalen en door verschillende soorten ramen: dakramen, dakvensters, dakkapellen en (in het platte dak) door lichtkoepels.
De rook- en ventilatiekanalen hebben een eigen waterdichte afwerking die aangepast is aan het type dakbedekking. Vooral de grotere kanalen veroorzaken 'zwakke punten' die extra aandacht behoeven bij het aanbrengen. Ook moet het geheel goed waterdicht en geïsoleerd zijn.
Voor een deel kunnen afvoerbuizen en/of ventilatiekanalen tussen de balken van de dakconstructie worden gelegd. Grotere ramen als dakvensters en dakkapellen overschreiden meestal de afstand tussen twee gordingen of sporen, zodat tenminste één gording moet worden doorsneden. Constructief is dit onmogelijk zonder voorziening: een zogenaamde raveling of raveelconstructie, die het 'losse eind' opvangt.
Op het platte dak is eveneens een dergelijke constructie mogelijk voor een lichtkoepel en een eventueel toegangsluik.

Licht in het dak
Om op zolder te kunnen wonen of te kunnen hobbyen, moet er voldoende licht en lucht zijn. Dat betekent het plaatsen van een dakraam, een dakvenster oftewel een dakkapel. Heeft je huis een plat dak, dan kim je zelfs een lichtkoepel inbouwen. Een dakraam of dakvenster wordt in de schuinte van het dakvlak geplaatst. Daardoor is de lichtopbrengst groter dan die van een dakkapel met hetzelfde glasoppervlak.
Maar het voordeel van een dakkapel is weer dat het vloeroppervlak relatief groter wordt. Aan de andere kant heeft het bouwen van een dakkapel meer voeten in de aarde. Enkele fabrikanten
leveren kant-en-klare dakkapellen die volkomen tocht- en vochtdicht en warmte-isolerend zijn. Praktische tip: let op of de buitenkant van de ramen ook makkelijk van binnenuit te reinigen is!

Dakramen
Grote dakramen zijn erg populair en in een groot aantal typen leverbaar. Het meest bekende type is het uitzetraam met dubbelglas (of HR-glas) en kier-stand voor ventilatie tijdens elk weertype. Tussen het dubbelglas kan zonwering zijn aangebracht. De kwaliteit van hang- en sluitwerk is belangrijk: windvast, inbraakvrij en kindveilig. De waterdichte afsluiting aan alle zijden van het dak moet gewaarborgd zijn door middel van bijvoorbeeld verholen of open goten naast het raam. De grootte van een dakraam correspondeert met de hoeveelheid dakpannen die ervoor verwijderd moeten worden, bijvoorbeeld 4-pans: 2 pannen naast en boven elkaar; 6-pans, 9-pans. Sommige dakramen zijn ook universeel toepasbaar voor elke vorm dakpan en voor andere soorten dakbedekkingen. Tegenwoordig zijn dakramen meestal vervaardigd van kunststof en voorzien van dubbelglas.

Lichtkoepels
Een dakkoepel bevat vaak een opstand van bijvoorbeeld glasvezel, versterkt met polyester, polyurethaan of pvc. De materiaalkeuze kan afhankelijk zijn van de te verwachten hoge temperaturen, zoals bijvoorbeeld bij het plakken van bitumineuze dakbedekkingen. De koepel zelf is meestal dubbelwandig uitgevoerd en gemaakt van helder acrylaat (perspex) of diffuus met glasvezel versterkt polyester. Polycarbonaat is bestand tegen sterke mechanische invloeden, maar deze zijn op het dak van een woning nauwelijks te verwachten. Houd bij het zelf installeren van de koepel rekening met inbrekers die van buitenuit zullen proberen binnen te komen. Om dit te voorkomen, kan aan de binnenkant een geplastificeerd stalen netwerk bevestigd worden of een ruit van draadglas met aan de onderzijde stevige glaslatten.