Budget

Budget

Budget

Budget

Men is nu eenmaal gebonden aan die ordening. Gewestplannen, streekplannen en BPA'S (Bijzonder Plan van Aanleg) bepalen onwrikbaar de woongebieden waarbij men kan kiezen tussen een verkaveling of een rijwoning. Of men komt terecht bij de kategorie van sociale woningen (NMH), wat in feite een aankoop betreft van een bestaande woning. In ieder geval is de bouwzone, het gebied waarbinnen men mag bouwen, vastgelegd, begrensd door de bouwlijn dit is de lijn waarop de voorgevel moet geplaatst worden, al of niet met een vaste achteruitbouwstrook op de rooilijn, de lijn die de scheiding uitmaakt tussen de privť-eigendom en de openbare weg.

De grootste diepte van de bouwzone is vastgelegd alsook de minimale afstand van de scheidingslijn met de buren. Vermits meestal de hoogte van kroonlijst alsook de helling van het dak bepaald wordt, ligt men als het ware gebonden in een harnas, een cocon, waarbij men ook moet zien dat het budget gerespecteerd wordt.
Dat budget is bijna altijd de struikelblok, waarmee men maar al te weinig rekening houdt bij het begin van het ontwerp en komt meestal op het einde ter sprake, als het te laat is en het kalf verdronken. Dit verklaart dan ook het succes van de 'sleutel op de deur' woningen. Men weet dan meestal wel wat men krijgt voor zijn geld voor zover althans men er geen enkele wijziging aanbrengt, want dan zijn de supplementen onoverzichtelijk. Het stoort immers de gewone bekende gang van zaken en de verkopende firma neemt dan ook al zijn voorzorgen, niet alleen om er niet bij in te schieten, maar om er een goeie duit aan te verdienen. Het is zoals bij de aankoop van een auto; met een standaard model weet men waar men aan toe is, maar als men begint met daar van af te wijken voor persoonlijke behoeften: de 'accessoires' zijn uiterst duur!
De mensen leggen niet graag bij de architect hun portefeuille op tafel: dat zijn privť-zaken. Wel hebben ze een vaag idee van wat ze zouden aankunnen langs bouwsalons en promotor-catalogi om en stappen hiermee naar de architect, er van overtuigd dat die het wel voor elkaar zal krijgen. Dit is iets wat gewoonweg niet kan. De architect, tenminste in de ware betekenis van hetwoord, is geen handelaar in standaardstypes, maar doet aan maatwerk. Hierbij is een goed uitgedokterde begroting, van bij de start, van het grootste belang.
Eerst en vooral is hij gebonden aan de normen, opgelegd door stedebouw. Daarbij komt dat hijzelf de prijs niet opmaakt, maar de aannemer, metwie hij deontologisch geen contact mag hebben. Hij heeft maar een oppervlakkig inzicht in wat de klant eigenlijk nodig heeft: de klant weet het trouwens ook vaak niet.
Hij probeert te gissen naar die behoeften en komt meestal uit op een maximalisatie van de beperkte eisen die de klant stelt. Men gaat dikwijls in zee met een ruwbouw en een onvolledige begroting van de totale kosten, met het bedroevend gevolg van slaaploze nachten voor de eigenaar en een huis waarvan de afwerking te wensen overlaat.
De architect zal en moet zich dan wel verschuilen achter de onvoorziene'. Eigenlijk is het nog waar ook, maar onvermijdelijk met een beperkt eisenpakket en bij gebrek aan een volledige begroting vooraf opgemaakt in samenspraak met de aannemers, iets wat dus wettelijk verhinderd wordt.
Tot voor w.o.2 was een begroting opmaken niet zo moeilijk: de bouwelementen waren beperkt in aantal, men werkte met bekende gegevens: het begrip 'muur' was anderhalve steen en een raam had twee vleugels met een vaste bovenwaaier. Als men nu de catalogi van de verschillende raamfabrikanten openspreidt, heeft men honderden zogenaamde standaardmaten en dan nog zal de architect of de eigenaar er zijn gading niet in vinden.
De architect zal er wel iets op vinden dat past in de esthetiek van zijn ontwerp, maar het uiteindelijke oordeel van de eigenaar zal toch zijn : 'het lijkt er op'.
De grote schuldige voor die onwetendheid in het ontwerpproces is de gebruikelijke aanbesteding. De architect zal iets ontwerpen waarvan hij de uitvoering vrijwel niet kent, laat staan de kostprijs ervan.
Met onze huidige bouwmethodes is de plaats van de tekenplank in de fabriek door een quantity-surveyor (kostprijs berekenaar) geflankeerd.
In de grond is het normale driehoeksverband: eigenaar, architect, aannemer verbroken en vervangen door een ingewikkeld netwerk met bureaucratie, promotor, hypotheekmaatschappij enz. (31).
Het in Nederland gangbare systeem van OPEN BEGROTING (o.B.) wordt in BelgiŽ geweerd uit angst voor corruptie of smeergeld, net alsof dit een Belgische specialiteit zou zijn. Corruptie vindt men in alle systemen en is niet uitsluitend het gevaar voor o.B.. In tegendeel, bij O.B. wordt de aannemer gekozen in het beginstadium van het ontwerpproces op basis van welbepaalde criteria : integriteit, kennis van zaken en ondervinding, solvabiliteit.
Voor een chirurgische ingreep gaat men toch ook niet in aanbesteding zodat de laagstbiedende het mes mag hanteren. Bij O.B. wordt bij algemeen overleg een akkoord getroffen over de prijsvan hetwerkloon, het materieel nodig voor de uitvoering en de vaste kosten eraan verbonden. Wat het materiaal zelf betreft, daar hebben de drie partijen elk hun zeg over, waarbij de inslag ervan op de begroting de doorslag zal geven. De aannemer werkt tegen kostprijs waarop hem een overeengekomen winst wordt toegekend. Hij moet dan ook inzage geven van zijn boekhouding zowel aan de architect als aan de eigenaar. Hiermee komt de tekenplank van de architect een klein beetje in de werkplaats te staan en werkt hij ook aan die kant met bekende gegevens. Anderzijds kan de eigenaar controleren of zijn budget gerespecteerd wordt tijdens de uitvoering. Uiteraard eist dit systeem van bij de aanvang een schatting per bouwvak wat, naargelang de vordering der werken, meer gespecifieerd wordt.
Vermits de maximale kostprijs contractueel wordt vastgelegd voor de drie partijen is het evident dat er sancties moeten voorzien worden voor het niet naleven van de overeenkomst. Als specialisten ter zake zullen, zowel de architect als de aannemer, moeten opdraaien voor de meerprijs, naargelang de schuld. Indien de eigenaar van zijn kant het programma wijzigt zodat hier meerwerk uit voortvloeit dan zal hij, na verwittiging van architect en/of aannemer het gelag moeten betalen, maar altijd in kennis van zaken. Hij zal niet voor een voldongen feit komen te staan.
De drie partijen hebben qua budget gewerkt met bekenden.